Nl En print deze pagina
Arko Oderwald

Arko Oderwald

Presentatie Arko Oderwald dinsdag 20 januari 2015

DIA 2
Simone de Beauvoir beweerde in haar studie over de ouderdom uit 1970 dat de literatuur geen interesse had in het innerlijke leven van de oudere. Zij hoopte verhalen over ouderdom te vinden die niet uitsluitend over ziekte en verval gaan. Haar studie is een aanklacht tegen dit stigma van de ouderdom.
Simone de Beauvoir was in 1970 tweeënzestig jaar oud. De gemiddelde levensverwachting was toen zeventig. Nu is die gemiddelde levensverwachting 84. Zij zou nu dus gemiddeld gesproken in de tijd veel verder van haar dood staan. Misschien zou zij ook, door de voorlichtingscampagnes, het vele roken en drinken er aan hebben gegeven

DIA 3
en zich beter voelen op 62-jarige leeftijd dan in 1970. Zou zij dan, minder gedreven door de ervaring van het eigen gebrek en het vooruitzicht van de nabije dood, hetzelfde boek hebben geschreven? Een antwoord zal uitblijven, maar het mag wel als een feit worden beschouwd dat niet alleen de ervaring van het tweeënzestig zijn, maar ook het beeld van het tweeënzestig zijn sinds 1970 sterk veranderd is. De gebrekkige oudere is vervangen door de vitale oudere die, al dan niet met medicamenteuze ondersteuning, nog midden in het leven staat.

DIA 4
(overigens is dit middel na een jaar van de markt is gehaald wegens dodelijke bijwerkingen)
We mogen daarom aan de ene kant blij zijn dat het stigma van gebrek door deze ontwikkelingen wordt gerelativeerd. Zonder dat stigma heb ik onlangs zitten kijken naar een optreden van de Rolling Stones in Hyde Park in 2013.

DIA 5
Een 70-jarige Mick Jagger en Keith Richards treden op alsof de tijd heeft stilgestaan sinds 1970. Maar aan de andere kant heeft deze relativering ook zo zijn gevaren. Al kijkende naar het concert van de Stones sloop bij mij bijvoorbeeld langzaam maar zeker ook een ongemakkelijk gevoel binnen in het feest van herkenning. Het was nog niet zo gemakkelijk onder woorden te brengen wat dat gevoel inhield. Het was zeker niet het algemene idee dat 70-jarigen zich niet meer zo zouden moeten uitsloven op een podium. Hoe vaak heb ik immers niet genoten van zeer bejaarde jazzmusici, of bijvoorbeeld de Buena Vista Social Club? Maar het genieten van en de bijbehorende bewondering voor deze musici op leeftijd blijkt, althans bij mij, toch ergens anders vandaan te komen. Het verschil zit hem in het zinnetje: alsof de tijd heeft stilgestaan.

DIA 6
Want dat kenmerkte het concert van de Stones uit 2013: het klonk alsof het nog steeds 1970 was, het zag er uit alsof het nog steeds 1970 was, Mick Jagger beweegt nog steeds alsof het 1970 was. De oudere muzikanten die ik zelf zo waardeer zijn zich blijven vernieuwen, improviseren nog steeds, interpreteren hun werk nog steeds. Zij zijn oud, maar niet tijdloos, de tijd heeft hen veranderd.
De vitale oudere als tijdloze mens is een beeld dat onrealistische verwachtingen wekt. Het beeld van de vitale oudere naast het beeld van de gebrekkige oudere relativeert. Maar als beeld van ouderdom in plaats van het beeld van gebrekkigheid vervalst het de werkelijkheid van de meeste mensen.

DIA 7
Wanneer zeggen we van ons zelf dat we oud worden? De hoofdpersoon uit de roman Journal d’un corps van Daniel Pennac noteert op 44 jarige leeftijd dat hij plotseling drie helderrode puntjes op zijn rechteronderarm ontdekt. Hij raadpleegt een dermatoloog;
Een gevolg van het ouder worden, zegt hij,
'De huid veroudert.' Die onschuldige frase is een schot in de roos geweest. Ouwe taart, oud wijf, ouwe heks, ouwe tang, ouwe zak, ouwe lul, ouwe sok, ouwe viezerik, ouwe sukkel, ouwe bok: de woorden, de taal, de vaste uitdrukkingen doen vermoeden dat het enige moeite kost met een licht hart de ouderdom in te gaan. Wanneer gaan we die in, trouwens? Op welk moment worden we oud?
Op die vraag is het algemeen natuurlijk geen antwoord te geven. Mijn hoogleraar fysiologie beweerde altijd dat we er nog zo’n vijf jaar van konden genieten, maar dat dan het verval, zo rond je vijf en twintigste, onherroepelijk inzette. Maar de vraag is wel in het bijzonder te beantwoorden. In de beroemde openingszin van de roman Bouwval van Frans Kellendonk staat het opgeschreven hoe zo’n antwoord tot stand komt:
Een paar maanden nadat zijn ouders hadden besloten om oud te zijn en beiden tegelijk hun tanden hadden laten trekken zag de kroonprins het schilderij voor het eerst.
In de discussie die over deze zin ontstond werd aangevoerd dat je niet kunt besluiten om oud te zijn, maar dat is hier een ander (en veel leuker) woord voor concluderen. En dit soort conclusies volgen vaak op constateringen van onomkeerbare lichamelijke veranderingen. Ik kan me zelf nog herinneren dat ik rond mijn vijftigste steeds vaker met pijnlijke spieren en gewrichten wakker werd. Dat ligt inderdaad aan uw matras, bevestigde mijn lokale matrassenverkoper mijn diagnose. Hij verkocht mij dus een zeer dure matras, maar ik moest na een tijdje constateren dat ik het was en niet de oude matras die zorgde voor mijn klachten. Er komt nu eenmaal een moment in je leven dat je nooit meer zo perfect ontspannen en uitgerust wakker wordt als in je jeugd. Pennac noteert daarover:
Toen ik twintig was, leek het alsof ik opvloog als ik me uitrekte. Vanmorgen had ik het gevoel dat ik mezelf kruisigde toen ik me uitrekte.
Het gaat er daarom niet zozeer om dat het lichaam gebreken gaat vertonen, want dat gaat gebeuren, maar welke betekenis er aan wordt gehecht. Zo is een beginnende tinnitus meestal veel erger dan een tinnitus een jaar later, wanneer je niet beter weet dat je een permanente fluit in je oren hebt waar niets aan gedaan kan worden, een tinnitus die je merkwaardig genoeg vanwege de gewenning vaak ook niet meer hoort.
Je kunt je gemakkelijk voorstellen dat als al deze lichamelijke veranderingen niet meer als integraal onderdeel worden beschouwd van het ouder worden, maar uitsluitend als een afwijking, of, nog één stap verder, als ouderdom als een ziekte wordt beschouwd, het lijden aan het ouder worden juist toe zal nemen in plaats van af zal nemen. Er is immers aan veel van de veranderingen meestal weinig te doen.
Deze vier avonden in de Rode Hoed over Ouder worden zijn zo ingevuld dat eenzijdige en stigmatiserende beelden van de ouderdom worden vermeden. We hebben dat gedaan door vier verschillende invalshoeken te kiezen.
Jong en oud
Mooi oud
Gebrekkig oud
In het licht van de dood

DIA 8
Deze thema’s zijn ontleend aan het boek Schrijven tegen de tijd, dat in 2007 is verschenen, met essays over ouder worden in romans en films, originele literaire fragmenten en poëzie over ouder worden. Dat is ook min of meer het concept geworden voor deze avonden, met een toevoeging vanuit andere kunstvormen zoals muziek, beelden kunst en dans.
Vanavond is Jong en Oud het thema. Een van de aspecten van dat thema is het merkwaardige fenomeen dat als we jong zijn de tijd tergend langzaam gaat, terwijl als we oud zijn, het tergende juist is dat de tijd zo snel gaat.

Daniel Pennac gaat op zijn 53e verjaardag naar Einstein on the Beach, de opera van Bob Wilson.
Een voorstelling die vijf uur duurt! Een symfonie van traagheid. Precies waar ik behoefte aan had: laat ze me mijn levensduur teruggeven, laat mijn cellen vertragen
Gaat ons leven sneller omdat, zoals de eveneens tweeenzestig jarige Paul Auster in zijn Winter Journal zegt, je weet dat je de winter van je leven bent ingegaan? Douwe Draaisma schreef er een prachtig essay over, maar een echt antwoord op de vraag waarom het leven sneller gaat blijft uit. En dat is jammer, want zo ontglipt de tijd die we sinds Simone de Beauvoir hebben gewonnen ons met verhoogde snelheid door de vingers. Valt daaraan te ontsnappen? Gelukkig staat de wetenschap niet stil.

DIA 9
Dan had Harry Mulisch (die altijd 18 bleef) toch gelijk denkt U, maar het is helaas het soort wetenschap waar we tegenwoordig veel last van hebben, omdat er geen enkele zinnige verklaring wordt gegeven, die moet nog nader onderzocht worden, zeggen de onderzoekers. Deze uitspraak heeft dus dezelfde status als

DIA 10
Mensen die altijd naar Boeken met Wim Brands kijken leven langer.
Of

DIA 11

Mensen die altijd debatten in de Rode Hoed bijwonen leven langer.
Laten we het maar houden bij de non-epidemiologische wijsheid die sommige dokteren nog bezitten. Een man van bijna 62 komt bij de dokter met de vraag hoe hij langer kan leven.
Geen vrouwen, zegt de dokter tegen de man. Geen vrouwen, geen koffie, geen tabak, geen alcohol.
En zal ik dan langer leven?
Dat zou ik niet weten, zegt de dokter, maar de tijd zal wel langer lijken.
DIA 12




Bel me terug Stel een vraag